Een paar weken geleden zagen wij op TV een serie over twee mensen die een wandeling langs de Nederlandse kust maakten. Een van die twee was de schrijver Martin Hendriksma, en hij heeft ook een heel leuk boek over ‘de kust’ geschreven.
Dat gaf inspiratie. Eigenlijk kennen wij de kust niet zo goed.
Zeeland, daar komen we wel eens . En ook zijn we wel eens op een waddeneiland.
Maar verder…
Nu in de lente gaan we twee dagen naar de waddenkust in het Noorden, twee dagen naar de kust van het IJsselmeer en 3 dagen naar de Noordzeekust.
Zaterdag 18 april vertrekken we.
Het komt een tikje slecht uit dat net die dag (‘s middags) onze vriend Ruurd een feest geeft. Dat is wel leuk natuurlijk, maar daardoor komen we pas ‘s avonds aan in Lauwersoog en hebben geen tijd om daar eens goed rond te kijken. Ons hotel heet ‘logement Schierzicht’; ligt aan de haven en kijkt inderdaad op Schiermonnikoog (aan de horizon).
We eten (heel matig) in dat hotel en lopen nog wat door de haven.
Begin van de avond krijgen we een teleurstellend telefoontje. Voor de zondagmorgen hadden we een boottochtje over de Waddenzee gereserveerd, maar dat gaat niet door. Te weinig belangstelling….
Zondag 19 April. Noord-Friesland
Helaas ging dus ons boottochtje niet door.
We maken in de ochtend een kleine wandeling in een natuurgebiedje bij Lauwersoog en vertrekken daarna naar Terp Hegebeintum.
Dat is heel leuk. We krijgen een rondleiding van bijna twee uur. Vooral naar de terp en de kerk daarbovenop, maar ook naar een landhuis daar net naast.
Eerst over die terp.
Het is de hoogste terp van Nederland: bijna 9 meter hoog en dat is zo’n beetje twee keer zo hoog als ‘normaal’.
De grond van die terp bleek heel vruchtbaar en toen hij niet meer nodig was als bescherming tegen hoogwater is, zo rond 1900, de terp goeddeels afgegraven en de grond verkocht.
In de kerk vind je een grote verzameling rouwborden.
Als ik het goed begrepen heb werden er in het begin geen grafstenen bij een graf geplaatst, maar ‘alleen maar’ zo’n bord in de kerk opgehangen. Die rouwborden staan helemaal vol met allemaal symbolen. Bijvoorbeeld een zandloper met een vleugel van een vogel en een vleugel van een vleermuis.
Maar bijzonder vond ik ook een afgebroken takje bij een mevrouw die de laatste van haar familie was.
Onze gids brengt ons ook nog naar het landhuis Harsta State. Het is natuurlijk een monument, maar in een deel ervan is een ‘Bed and Breakfast’ ingericht; helemaal in de oude stijl.
We rijden over de zeedijk een stukje langs de waddenkust en komen in Moddergat.
In het boek ‘Aan Zee’ van Martin Hendriksma kwam ik een hoofdstukje tegen over ‘de ramp van Moddergat’.
Het museum was op zondag helaas dicht, maar het garnalenfabriekje was open. Maar daarvoor hoef je niet naar Moddergat….
Ik vond het wel leuk om een klein stukje het wad op te lopen.
Maandag 20 April. Via Bolsward naar Makkum
Richting Makkum
In de buurt van Makkum is op maandag veel gesloten.
Mede daarom maken we een uitgebreide stop in Bolsward en halen bij de VVV een rondwandeling. Daar doen we ruim twee uur over.
Bolsward is gewoon een mooie oude stad, waar leuke plaatjes te maken zijn. Zie hieronder.
Het is vooral ook heel leuk dat we het oude stadhuis van binnen kunnen bekijken.
Erg bijzonder aan dat stadhuis, is dat de toren ervan eigenlijk los boven op het plafond van de raadskamer is geplaatst. Uit dit vakblad:
Het markante stadhuis van Bolsward is gebouwd tussen 1614 en 1617. Een of enkele decennia later is de bijna massief houten stadstoren gebouwd. De houten constructie van de stadstoren is niet gefundeerd op de grond, maar op de balkenlaag van de vierschaar, waardoor deze als het ware zweeft.
Op dit filmpje kun je dat wel aardig goed zien.
Vanuit Bolsward rijden we naar Workum, waar we het Jopie Huisman museum bezoeken. Dat vonden we erg leuk.
Helemaal einde middag komen we bij ons hotel. Dat ligt weliswaar direct aan het strand (dus we hebben uitstekend zicht op de IJsselmeerkust), maar een flink eind buiten Makkum. We hebben de pap een beetje op en maken het ons makkelijk met een hapje eten in het hotel.
Dinsdag 21 April. Naar het Woudagemaal in Lemmer
Er is vandaag veel dicht in de omgeving van Makkum.
We rijden naar Lemmer: naar het Woudagemaal. Past ook wel goed bij onze kustbeleving, vind ik.
Op de weg ernaartoe zie je maar weinig van het IJsselmeer: je rijdt onder langs de dijk.
Het gemaal is wel een mooi gebouw en staat niet voor niets op de erfgoedlijst van UNESCO.
We krijgen een heel uitgebreide rondleiding.
Dat begint met wat uitleg over waterhoogtes. Wat weet ik daar toch eigenlijk weinig van….
Het ‘boezemwater’ van Friesland ligt op een (streef-) hoogte van – 0,52. Dat is 52 centimeter onder NAP (ook weer zo’n term…).
Het IJsselmeer is in de zomer -0,20 en in de winter – 0,40.
Als het in Friesland te nat is, moeten ze dus een eindje omhoog pompen: het IJsselmeer in. Maar is het in Friesland te droog, dan zetten ze een inlaat (simpel sluisje vlak naast het gemaal) open om water naar binnen te laten stromen.
Het IJsselmeer kan ook vol raken. Dan zetten ze in de afsluitdijk bij eb een sluis open en loopt het IJsselmeer leeg; de Waddenzee in. Maar bij Noordenwind blijft het water in de Waddenzee ook bij eb te hoog en gaan er daar in de buurt gemalen draaien om overmatig IJsselmeerwater de Waddenzee in te pompen. Die gemalen komen we morgen wel tegen.
Maar Friesland droog houden: dat doet het Woudagemaal dus. Of eigenlijk: deed. Want sinds 1967 is die functie overgenomen door het Hooglandgemaal in Stavoren. Dat is een elektrisch gemaal en dat is veel makkelijker aan te sturen dan het stoomgebeuren in Lemmer. Alleen bij extreem hoog water springt het Woudagemaal nog bij. Het werkt dus nog steeds en een paar keer per jaar starten ze alles op om de machinisten in training te houden.
Een heel gebeuren dus allemaal.
De rondleiding begint in het ketelhuis, waar we uitleg krijgen over de stoomketels. Mooi wel om te zien dat al die pijpen een eigen kleur hebben, die de functie aangeeft.
De bloedhete stoom gaat dan naar de machinekamer. Daar draaien 4 stoommachines, die elk twee centrifugaalpompen aandrijven. Al met al kunnen die een gigantische hoeveelheid water wegpompen. De gids legde uit dat er per minuut een hoeveelheid water wordt weggepompt waarmee je de hele hal zou kunnen vullen. Of zoiets. Veel in elk geval.
Na een uur of drie hebben we het wel zo’n beetje gezien en rijden weer naar het Noorden.
We maken een stop in Stavoren en lopen daar een ‘stads’wandeling. Dat is wel een stuk minder spectaculair dan Bolsward…
We komen langs het Hooglandgemaal en bekijken dat met heel andere ogen natuurlijk. Dat bekijken moet wel door een raampje, want je kunt er niet in.
Door naar Makkum. Even rondkijken en eten in een klein café/restaurant. Beter eten dan in het hotel. Achteraf blijkt dit ook mijn beste maaltijd van de hele vakantie.
Weer bij ons hotel nog even naar het strand (onderstaande foto’s zijn al vanmorgen gemaakt) en ‘s avonds vanuit onze hotelkamer naar de zonsondergang gekeken.
Morgen weer verkassen…
Woensdag 22 April. Over de afsluitdijk naar Callantsoog
We beginnen de dag met een bezoek aan het afsluitdijkwaddencenter.
Echt superbijzonder is het niet, maar je krijgt toch wat leuke dingen te zien.
Zo wist ik eigenlijk helemaal niet hoe drastisch de afsluitdijk versterkt/vernieuwd is. Kijk vooral dit filmpje.
– De buitenkant van de dijk is versterkt met allemaal ingewikkelde betonblokken.
– Er zijn nieuwe spuisluizen gekomen, en ook gemalen die het IJsselmeer kunnen leegpompen als de Waddenzee te hoog staat om ‘gewoon’ te kunnen spuien bij eb.
– De vismigratierivier wil ik graag eens gaan bekijken als hij in bedrijf (en open voor publiek) is.
Vlak naast het Waddencentrum is het kazemattenmuseum, maar daar had ik geen zin in. Bij het in de buurt rondlopen had ik wel zicht op een bunker en een kanon, maar echt super leek het me ook allemaal niet.
We reden de afsluitdijk op en zijn halverwege even gestopt. Daar is een parkeerplaats en een ietwat obscuur ‘woongemeenschapje’. Ik stak de weg over om eens van dichtbij die dijk te bekijken. Met al die nieuwe blokken dus. Indrukwekkend! Eigenlijk zou ik het eens met een flinke storm moeten zien. Nu komt het allemaal wat overdreven over. Maar dat heb ik wel vaker bij zee. Omdat ik er altijd met mooi weer ben natuurlijk…
Aan de overkant, bij den Oever, zijn ze net bezig met het plaatsen van die nieuwe gemalen. Maar je kunt/mag daar nu niet stoppen.
Met wat zoeken vinden we het uitzichtpunt waddenbelevingspunt. Dat hadden we al gezien in de TV-serie, die voor ons de aanleiding was voor deze vakantie. We kijken er wat rond en het is best mooi.
Nu richting de kust. We passeren onze eerste bollenvelden. Op zich is dat al een reden om (in het voorjaar) eens die kant op te gaan.
We bereiken ons hotel in Callantsoog. Dat plaatsje is eigenlijk helemaal niet bijzonder. Het ligt strak tegen een smalle (en hoge) duinenrij aan, dus vanuit het plaatsje is de zee niet te zien. Ik denk dat het er in de zomer ramvol zit met toeristen. Nu valt dat wel mee, maar echt gezellig is het ook niet. En je loopt door een walm van frituurvet. Een echt fijn restaurant heb ik er niet kunnen vinden.
We lopen een eindje over het strand, eten wat bij een Italiaan (eigenlijk gewoon slecht) en dan naar het hotel.
Morgen naar den Helder.
Donderdag 23 April. Naar het Marinemuseum en Fort Kijkduin
We gaan eerst naar den Helder: naar het Marinemuseum.
Vanaf het museum rijden we naar Fort Kijkduin.
Op de terugweg naar Callantsoog komen we langs ‘de Poldertuin‘, ook wel ‘de mini-keukenhof’ genoemd, waar we heel veel bloemen zien.
Het zijn stuk voor stuk geen redenen om naar de kop van Noord-Holland te rijden, maar al met al was het een aardige dag.
Vrijdag 24 April. Wandeling rond Callantsoog en Schagen
We gaan vandaag een eindje wandelen.
Het wordt de zwarte wandeling. We lopen hem ‘andersom’; zodat we bij het stuk langs zee de wind in de rug hebben.
Achteraf is dat ook een goed idee. Niet zozeer vanwege de wind (die valt wel mee), maar omdat het zacht gezegd geen spectaculair leuke wandeling is.
Een ‘beroemd’ stuk van de wanndeling is ‘het Nollen-landschap van Abbestede’. Het zal… Het leukste is gewoon het stuk over het strand, en daar eindigen we nu mee.
We drinken wat in een strandtent en overleggen ‘wat nu te doen’.
Vraag niet waarom, maar we gaan naar Schagen. Nooit geweest en naar zeggen is het wel een leuk plaatsje.
Dat is ook wel zo. Het meest eigenaardige wat ik er zag was een klein ‘museum‘. Ik zet het tussen aanhalingstekens, want het is eigenlijk niet meer (of minder) dan een verzameling spullen die door een Fransman (vooral in zijn jeugd) is gevonden op de slagvelden van de Somme. Die man heeft die spullen altijd bewaard, is op zijn oude dag in Schagen terecht gekomen, en daar hadden ze nog een torentje wat leeg stond. Daar mocht hij zijn spullen wel neerzetten.
We hoorden dit verhaal van de huidige beheerder (een vriend van de al lang overleden Fransman) die buiten voor het ‘museum’ een boekje zat te lezen.
Een bijzonder verhaal. We zijn er natuurlijk even in geweest, maar behalve dat ik altijd wat naar wordt van WO-1 verhalen, was het ook maar een beetje een allegaartje.
Na een kleine verfrissing bij ‘trattoria SOPHIA’ vertrokken we weer naar Callantsoog.
Daar vlak bij zag ik in het bollenveld een traktor rijden die aan het bollen koppen was.
Bij een rotonde gekeerd en de auto geparkeerd. Poosje bij dat proces gekeken en een paar (heel korte) tulpen opgeraapt en mee genomen.
Thuis ga ik ook de tulpen (wij hebben er geloof ik nog maar 1 staan) koppen…
De italiaan in Callantsook een herkansing gegeven (het was iets beter) en morgen op huis aan.
Zaterdag 25 April. Via Bergen (aan Zee) naar huis
Om half elf verlaten we Callantsoog en rijden eerst naar Bergen aan Zee.
Daar bezoeken we het Zee-aquarium (dat is eigenlijk best mooi) en nemen afscheid van de Noordzee.
Vooral ‘omdat we er toch langskomen’, stoppen we even in Bergen en bekijken de Ruïnekerk.
Maar het is allemaal heel kort, want we willen niet te laat thuis komen. Dat wordt uiteindelijk 3 uur.
En…. Hoe was de vakantie?
We geven het een 7.


